info@identiteitnederland.org

Vaderlandse verzen: ‘Het Carillon’

Vaderlandse verzen: ‘Het Carillon’

Identiteit Nederland wil u een bloemlezing brengen uit het werk van dichters die met ons hun ervaring en ontroering met ons volk en land willen delen. Elk gedicht wordt ingekaderd door een kleine literaire bespreking.


Het eerste gedicht is van Ida Gerhardt. Deze dichteres werd geboren in 1905 en studeerde Klassieke Talen in Leiden. Samen met haar levensgezellin Marie van der Zeyde verzorgde zij een prachtige vertaling van de Psalmen, die nog steeds in veel kloosters gezongen wordt. In 1979 ontving zij de P.C. Hooft-prijs voor haar gehele oeuvre. De bezetting van ons land in de Tweede Wereldoorlog inspireerde Gerhardt tot een van haar beroemdste gedichten, Het Carillon, dat in 1945 verscheen in haar tweede bundel: Het Veerhuis.

Deze ‘hekkenopener’ van onze bloemlezing zal vele Nederlanders de rillingen over de rug doen lopen. Zó actueel als dit gedicht van Ida G.M. Gerhardt nu is, had niemand na de Tweede Wereldoorlog kunnen dromen. De harde waarheid schreeuwt ons in het gezicht: Valerius’ statig zingen doorstrooid van lichte sprankelingen is – niet ver van het carillon in de Munttoren – vervangen door luidsprekergeluid van koranteksten. Vertrouwde tradities die we tot voorkort ongestoord onder Hollands licht hebben mogen koesteren, worden in rap tempo verbannen uit ons dagelijks leven. Het kruis op de mijter van Sinterklaas, Zwarte Piet, kerstboom, kerststol, kerstkransjes, meiboom, paashaas, paaseieren, de orgelman, al dit vaderlands erfgoed moet plaats maken voor suikerfeest en muezzin-verzen. Onze taal wordt gekuist van woorden als moorkoppen en negerzoenen. Ons straatbeeld wordt gezuiverd van moorgapers, beeldhouwwerken, straatnamen en andere voortbrengselen van onze Nationale Identiteit. Maar juist nu wij steeds meer de indruk krijgen te leven in een geschonden land, beseffen we des te meer hoe, bitter, bitter wij liefhebben, wat ons thans wordt ontnomen.



Het Carillon

Ik zag de mensen in de straten,
hun armoe en hun grauw gezicht,
toen streek er over de gelaten
een luisteren, een vleug van licht.

Want boven in de klokkentoren
na ’t donker-bronzen urenslaan
ving over heel de stad te horen
de beiaardier te spelen aan.

Valerius: een statig zingen
waarin de zware klok bewoog,
doorstrooid van lichter sprankelingen,
“Wij slaan het oog tot U omhoog”.

En één tussen de naamloos velen,
gedrongen aan de huizenkant,
stond ik te luist’ren naar dit spelen
dat zong van mijn geschonden land.

Dit sprakeloze samenkomen
En Hollands licht over de stad –
Nooit heb ik, wat ons werd ontnomen
zo bitter, bitter liefgehad.


Ida G.M. Gerhardt



Bron: Ida Gerhardt, ‘Het veerhuis. Een bundel van Holland’, Uitgeverij v/h C. A. Mees Wereldbibliotheek N.V., Santpoort / Amsterdam 1946 (tweede druk). Bron: Koninklijke Bibliotheek



Afbeelding: ‘AmstelAmsterdamNederland.jpg’, bijgesneden. Bron: Wikimedia, in het publieke domein. De foto toont het Singel in Amsterdam, kijkend in de richting van de Munttoren met zijn carillon.



___

Dit educatieve forum gaat uit van de culturele vereniging ‘Identiteit Nederland‘. Wij publiceren artikelen en organiseren geregeld bijeenkomsten en lezingen voor geïnteresseerden. Voor vragen en contact klikt u hier.


Post dit bericht op:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *